De liturgische kleuren komen in de kerk voor op de antependia, de afhangende kleden op de avondmaalstafel en/of de lezenaar, in de stola rond de nek van de predikant(e) en soms ook in het bloemstuk of bij een aandachtswand. Daarvoor zijn de volgende kleuren ingepast in het kerkelijk jaar:
![]() |
Wit, de feestkleur van kerst en de paastijd. |
![]() |
Groen, de kleur van de hoop, de kleur van de tijd van de zomer- en herfsttijd (tot Advent). |
![]() |
Rood, de felle kleur van de Heilige Geest, hoort dus bij Pinksteren, maar als kleur van bloed ook bij gedenkdagen van martelaren, ook bij bevestiging van ambtsdragers. |
![]() |
Paars, ingetogenheid, voorbereiding, dus in de perioden die aan Kerst en Pasen voorafgaan. (Advent en Veertigdagentijd) |
Twee kleuren worden binnen onze gemeente niet gebruikt: